De Amerikaanse
gedragskundige William Schofield beschreef in zijn boek ‘Psychotherapy: The Purchase of Friendship’ (1964) het zogenaamde
YAVIS Syndrome. YAVIS is een acroniem voor ‘Young,
Attractive, Verbal, Intelligent, and Successful’1
en beschrijft de combi van enigmatische karakteristieken die iemand tot de favoriete
cliënt voor psychotherapeuten zou maken. Het zijn tevens de kenmerken die er
voor zorgen dat je doorgaans een overdaad aan vrienden hebt. Het is dus het
ideale Facebookprofiel. Goed voor een macht aan ‘likes’. Hét hedendaagse meedoenmotto.
Ge-nie-ten
Facebook lijkt ondertussen
bij uitstek het sociale platform van uitersten geworden. Of je ‘geniet’ alleen
maar en stapelt dinerplaatje op dinerplaatje en tropische strandvakantie op
stedentrip. Je hebt het over ‘kindlief’, ‘manlief’ en ‘hondlief’ en alles is
lief, leuk en lekker in je leven. Je stikt van de ‘likes’. Of je meet je akelige,
ongeneeslijke ziekte of die van je huisdier zo breed en dagelijks uit dat je
een vrijwel oneindige stroom ‘sterktes’ krijgt. Beide uitersten zijn
aandacht genererende clichés die door de Facebookgebruiker op z’n minst van een
grondige eindredactie zijn voorzien voordat ze ‘gepost’ worden. Wat je ook veel ziet:
bloot rauw vlees klaar voor die eeuwige barbecue, gepimpte profielkiekjes in
het grauwe gamma van Instagram of glamourfoto’s waarop je jezelf als herboren
presenteert met je haren in een Hans-Klok-windje.
‘Sharen’
En dan zijn er de Facebookgebruikers
die alleen maar ‘delen’. Hun tijdlijn bestaat uit een niet-aflatende stroom
‘gesharede’ schattige dierenclipjes, ernstige auto-ongelukken, verbluffend
mooie sterrenhemelen, ongelooflijk lenige medemensen, wrede
natuurverschijnselen met goede afloop, belegen tegeltjeswijsheden en grappige
verfilmingen van de laatste wetenschappelijke inzichten. Deze
Facebookgebruikers zijn zichzelf ‘by
proxy’. Dat hele gedeelde wereldbeeld is geleend en declameert: ‘dit ben ik
- kijk eens hoe geweldig leuk ik ben’.
Ikwissel
Over ‘ik’ gesproken. Er
schijnt nogal wat identiteitsfraude gaande te zijn op Facebook. MTV heeft er momenteel
een vrij ontnuchterend programma over. In ‘Catfish’ gaan filmmakers Nev en Max
op zoek naar jongeren die slachtoffer zijn geworden van identiteitsfraude op
sociale netwerken. Eigenlijk gaat het over een soort van ‘Second Life’: jongeren die een internetrelatie hebben opgebouwd
met iemand die in werkelijkheid helemaal niet bestaat. Die hunkerende jongeren
op Facebook heten ineens ‘Armani’ of ‘Guchi’ of ‘Prada’. Merk toch hoe sterk...
Maar ook echte celebrities worden gekopieerd en geïmiteerd dat het een aard
heeft. Er bestaan verder Facebookrellen, Facebookmoorden (niet hier, maar in
Amerika), Facebookafpersingen, Facebookdepressies en Facebookburn-outs.
Onderzoek naar depressie
Jongeren die jaloers zijn
op het ogenschijnlijk succesvolle bestaan van hun Facebookvrienden kunnen
depressieve klachten ontwikkelen, zo blijkt onder andere uit onderzoek van de
University of Missouri-Columbia. In het onderzoek, waarvoor zevenhonderd
studenten zijn ondervraagd, wordt onderscheid gemaakt tussen twee soorten
Facebookgebruikers: mensen die Facebook gebruiken om anderen in de gaten te
houden en mensen die Facebook gebruiken om in contact te blijven met anderen.
Tot de Facebookers uit de eerste categorie behoren ook diegenen die
bijvoorbeeld hun ex virtueel ‘stalken’ via Facebook. Dat blijkt niet slim, want
je doet jezelf er dagelijks zoveel pijn mee dat je er zelfs depressief van kunt
worden. Als Facebook de meetlat is voor de mate waarin je succesvol en gelukkig
door het leven gaat, zo stelt onderzoeker Margaret Duffy van de University of
Missouri-Columbia, dan kan depressie je lot zijn.
Maakbaar happy
Facebook is vooral de
plastic momentopname van een goeddeels verzonnen en geredigeerd bestaan. Daarin
ben je zelf de maker van je geluk. ‘Opgeven is geen optie’, ‘Alles is mogelijk
voor iedereen’, ‘Succes kun je afdwingen’, ga zo maar door. Het wordt ook wel
de ‘meritocratisering’2 van de samenleving genoemd,
waarin we worden geregeerd door zij die abusievelijk menen alles op eigen
‘merites’ te hebben bereikt. Successen en mislukkingen worden niet langer
toegeschreven aan een zekere mate van toeval of geluk, of aan ‘nature or nurture’, een fortuinlijke
levensstart, een forse meevaller, maar vooral aan iemands eigen verdiensten. De
vleesgeworden ‘American dream’, van
krantenjongen tot magnaat, was honderd jaar geleden al een klinkende leugen. De
prestatiedruk en een overmaat van deze op een dwaling berustende ‘positiviteit’
(niets is onmogelijk…) bevat alle ingrediënten voor een ‘failure waiting to happen’ en dus voor verschijnselen zoals
burn-out en depressie.

Self-esteem
Niet alleen jongeren zijn
gevoelig voor Facebook als de ultieme ‘downer’.
In het ‘Journal of Social and Clinical
Psychology’ nummer 33 - 2014 wordt verslag gedaan van twee onafhankelijke
wetenschappelijke onderzoeken naar de effecten van het gebruik van Facebook op
depressieve symptomen. De onderzoeken werden gedaan aan de University of
Houston en de Palo Alto University in de Verenigde Staten. Beide studies tonen
concrete aanwijzingen voor de toename van depressieve symptomen bij
niet-depressieve volwassen personen na (langdurig) dagelijks gebruik van
Facebook. De oorzaak: de onderzochte personen vinden zichzelf vrijwel zonder
uitzondering tekortschieten in vergelijking met de leuke bruisende en
succesvolle levens van hun ‘vrienden’. De onderzoeken laten tevens zien dat
zelfs succesvolle personen zichzelf als minder succesvol beoordelen na
intensief surfen op Facebook. Wonderlijk hoe een fictieve onderlinge sociale
vergelijking het zelfbeeld kan vergiftigen. Dat de ‘a-sociale’ media, zoals
Facebook, ons leven kunnen vergallen, ontdekten ook wetenschappers van de
Amerikaanse Stanford-universiteit. In hun studie ‘Misery has more company than people think’ schrijven ze dat we
altijd gelukkiger willen zijn dan anderen, maar dat de sociale media het ons steeds
moeilijker maken om dat te geloven. Het zien van überblije pics en posts van
anderen geeft ons als snel het gevoel dat onze digitale vrienden het beter voor
elkaar hebben dan wij. Facebook had het podium voor jouw ‘five minutes of fame’ moeten zijn: jezelf laten zien van je
allerbeste kant. Wat blijkt? Anderen doen dat altijd weer beter en die
verraderlijke vergelijking maakt je depressiever dan je wenst toe te geven. We
zijn er ons maar al te zeer van bewust dat anderen zien wat we op Facebook
plaatsen en juist daarom moeten we zo nodig op Facebook.
Game over
Facebook is van alle
sociale media het platform dat de jeugd het meest heeft omarmd. Facebook is
naast een wijze van digitale profilering ook de toegang tot de ‘gamification'3 van je vrije tijd. Tal van
(zeer verslavende en commerciële) spelletjes hebben via Facebook de toegang tot
een gigantische spelersmarkt gevonden. Als Facebookgebruiker word je door je
‘vrienden’ te pas en te onpas uitgenodigd om een bepaald spelletje te gaan
spelen. Candy Saga, Candy Crush, Kiwi, FarmVille, Landleven, noem alle onzin
maar op. Ook daar kun je het zo druk me hebben dat het uiteindelijk deprimerend
werkt. Het spelletje WordFeud bijvoorbeeld, zeg maar scrabbelen met een gebrekkig
woordenboek van de Nederlandse taal, kent zo veel aanverwante apps waarmee je
kunt valsspelen, dat geen zichzelf respecterende Facebooker het nog gelooft dat
diens tegenstander chronisch over de 600 punten scoort zónder hulp van handige
steuntjes als ‘WF Bedriegen’ of ‘Wordfeud Cheat’ of 'WF Wizard'. Als je scrabbelt
met de verlengde arm van een doortrapt appje, wat zegt dat dan over de rest van
je authenticiteit op de sociale media? En als je niet valsspeelt, hoe lang hou
je het dan uit tussen de digitale dopinggebruikers van Facebook? Hoe lang speel
je het spel nog mee?