zaterdag 27 februari 2016

De dood in de dokterstas


Mevrouw Edith Schippers, Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, heeft een ‘handreiking schriftelijke wilsverklaring euthanasie’ doen laten uitgaan. De handreiking is onder andere bedoeld om artsen te verstaan te geven dat de wilsbeschikking van iemand inzake euthanasie, gedaan voordat die persoon als gevolg van bijvoorbeeld de ziekte van Alzheimer wilsonbekwaam werd, dat die wilsbeschikking nog steeds als wettelijk geldig kan worden beschouwd. Het zou de arts moeten helpen in diens besluit de oorspronkelijke euthanasieverklaring van de patiënt van Alzheimer alsnog ten uitvoer te leggen.
Gaat niet veel van terechtkomen. Hoewel volgens EenVandaag van vrijdag 26 februari 2016 90% procent van de ondervraagde familieleden van patiënten met Alzheimer de handreiking een groot goed vindt, is het merendeel van de door EenVandaag in een opiniepeiling ondervraagde artsen van mening dat de handreiking van de minister een verslechtering van de situatie oplevert. De artsen vrezen immers voor meer ongeduld en oproer in de gelederen van de familie van Alzheimerpatiënten wanneer de vraag om euthanasie zich steeds dringender aandient. De artsen zijn bang dat de druk op de beroepsgroep zal toenemen. En daar willen ze liever niet mee geconfronteerd worden, want euthanasie mag dan in Nederland wettelijk geregeld zijn, in feite zijn het nog altijd de artsen zelf die diep in hun eigen hart een intens persoonlijke en gewetensvolle afweging mogen maken of ze zich al dan niet zullen inlaten met de dood op doktersrecept. En daar doet zo’n dokter in de praktijk verschrikkelijk moeilijk over.
Wijlen Minister Els Borst, nota bene vermoord omdat ze de architect van de huidige euthanasiewetgeving in Nederland was, stelde het indertijd glashelder. Een testament dat iemand heeft laten opmaken bij een notaris wordt ook niet ongeldig wanneer diezelfde persoon enkele jaren later aan Alzheimer gaat lijden. O maar, beweert Nienke Nieuwenhuizen, woordvoerder van de Vereniging Specialisten Ouderengeneeskunde in EenVandaag doodleuk, dat is een heel foute vergelijking, want we waarderen het leven gelukkig meer dan het geld.
Uh? Hoor ik dat goed? Ja, dat is nou zo’n typische pedante redenatiefout die artsen steevast maken wanneer de betrekkelijkheid van de invloed van hun professie overduidelijk wordt. Het ging Minister Els Borst immers niet om een weging van de waarde van het leven tegenover de waarde van een nalatenschap.
Het gaat om het feit dat in beide gevallen sprake is van een wilsbeschikking. De ene wilsbeschikking (het testament) behoudt kracht van wet ook als de betrokkene wilsonbekwaam is geworden en wordt gewoon door de notaris ten uitvoer gelegd. De andere wilsbeschikking (de euthanasieverklaring) verliest ineens aan geldigheid in de ogen van de artsen die de wens ten uitvoer zouden moeten leggen, omdat ze hiermee in een eerder stadium al hebben ingestemd. Er zelfs voor getekend hebben in een enkel geval. Zij gaan plotseling tegensputteren wanneer de patiënt wilsonbekwaam zou zijn geworden als gevolg van Alzheimer. Ze gaan ineens hardop beweren dat iemand door Alzheimer een andere persoonlijkheid is geworden, een ander mens dan de persoon die indertijd een euthanasieverklaring heeft opgesteld en getekend. Dat argument zou de notaris eens moeten aanvoeren wanneer het de geldigheid van een testament betreft.
Wie heeft hier nou feitelijk het monopolie over de dood? Natuurlijk diezelfde arts die zich altijd maar weer beroept op ‘het leven’ en prevelt over de eed van Hippocrates, waar het adjectief ‘hypocriet’ van afstamt. Diep van binnen hebben artsen namelijk een broertje dood aan wilsbekwame patiënten. Ze wikken en ze wegen en ze zuchten en ze puffen dat het een aard heeft, want hen wordt een onevenredig zware morele last op het gemoed gelegd door de mondige cliënten van vandaag die met het zelfbeschikkingsrecht in de hand een beroep doen op de dood in de dokterstas. Want daar zit’ie: de maakbare, humane dood. In de vorm van een spuit of een combi van pillen. Je komt er als leek echt niet in de buurt.
Het zou goed zijn als we eens wat minder spastisch gingen doen over de dood op bestelling. Door artsen (samen met dierenartsen) het absolute monopolie over de dood te geven, leggen we ook de constante twijfel en het complex van zorgvuldige afwegingen geheel in handen van diezelfde beroepsgroep. Niet meer doen. De spreekwoordelijke Pil van Drion had er allang moeten zijn. Door bijvoorbeeld de spuit gevuld met pentobarbital, waarmee we naar ons aller oordeel op waardige wijze afscheid nemen van het leven van onze hond, beschikbaar te maken voor wie dat wenst, geven we op een volwassen wijze invulling aan het zelfbeschikkingsrecht van mensen wier leven in hun eigen ogen voltooid is. Daar heeft, meen ik, verder niemand wat mee te maken. We hebben immers niet veel aan quasi ethisch geneuzel van artsen over de glijdende schaal van de doodswens bij ouderen en over de ongezonde druk die familieleden zouden kunnen uitoefenen. Dat zal allemaal best wel, maar het is niet relevant in de afwegingen die we moeten maken rond het zelfbeschikkingsrecht: rond het wettelijk erkende wilsbesluit.
Als we dat zelfbeschikkingsrecht echt serieus willen nemen, dan accepteren we dat we zelf de gifbeker leeg drinken, en dat we het probleem niet op het bordje van de medicus leggen. De medicus, zo blijkt, kan er niet mee omgaan. De medicus, een enkele uitzondering daargelaten, wil niet over de dood gaan. Maar als we er zelf over gaan, zoals de wet wil doen geloven, dan moet een humaan levenseinde uit vrije wil wel bereikbaar gemaakt worden voor de persoon die zelfeuthanasie wil toepassen. Dat doen we dan echter weer niet. We creëren een hybride vorm van ‘gedoogdood’ waarbij net als het gedoogbeleid bij softdrugs de inkoop van cannabis aan de achterdeur van de koffieshop strafbaar is, maar de aanschaf van een joint bij de voordeur van diezelfde koffieshop gedoogd wordt. De psychiater en medisch socioloog Boudewijn Chabot (1941), die Netty Boomsma (50) hielp bij haar zelfdoding, moest voor de rechter verschijnen. In juni 1994 bepaalde de Hoge Raad dat professionele hulp bij zelfdoding van mensen die 'niet lichamelijk lijden' onder 'bepaalde omstandigheden' is toegestaan. Chabot werd schuldig bevonden maar niet gestraft… Wat zijn we goed in kreupele compromissen en kromme rechterlijke uitspraken. En wat rekken we, uit naam van dat onzalige levensdogma waarmee de medische stand behept is, een ondraaglijk bestaan op ontoelaatbare wijze.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen